‘Je moet maar weer eens een stukje over me schrijven’, zegt mijn vader tegen me.
‘Moet?’ vraag ik.
‘Ja, er is na de laatste blog veel gebeurd’, zegt hij veelbetekenend.

Ik lees de laatste blog nog even door. Deze dateert van 16 januari 2013. Het is inmiddels eind mei en mijn vader is er nog steeds. De reset is gelukt. De leukemie is weg. Zijn arts is gepromoveerd en mijn vader krijgt – net als voor de diagnose leukemie – om de week bloed. Er is echter wel een verschil. Een verschil tussen het leven voor en na de leukemie. Mensen die nabij in aanraking zijn gekomen met kanker weten dat. Bij mijn vader lijkt het leven na de leukemie op een tweede kans. Een kans om zijn kleinkinderen te zien groeien, zijn dochter te zien moederen en een kans om weer in zijn hometown te wonen (ook al vind ik zijn hometown een dood stadje). Een tweede kans waarin hij het leven intenser beleeft, ondanks de beperkingen van de anemie en de naweeën van de leukemie. Een tweede kans die hij niet onbenut laat.

Die tweede kans is er ook voor mij, als dochter van een vader die me nauwelijks heeft zien opgroeien. Doordat ik over zijn anemie en leukemie ben gaan bloggen, praten we meer dan ooit met elkaar. Die tweede kans doet me ook beseffen dat ik mijn huidige kansen moet grijpen als het kan. Dat het nu tijd is om mijn dromen na te jagen. Als ik wacht tot de tijd rijp is, gebeurt er niets. Als ik oud ben, wil ik op mijn leven kunnen terugkijken en zeggen: ‘Meid, je hebt gelééfd’.